lachende-vrouw-op-strand-close-up

Lotte Schaffer

Blog Keer Diabetes Om

VL Column: Ik oordeel. Net als jij.

‘’Belachelijk. Absurd.’’
‘’Origineel en toch zo afgezaagd.’’
‘’Bizar. Ronduit idioot.’’

De oordelen vliegen over tafel. We zitten aan de waterkant, in de volle zon aan de picknicktafel. Mijn hoofd beweegt van links naar rechts. Ik volg zwijgend de zogenaamde dialoog tussen mijn vriendinnen. Het liefst zou ik ertussen springen of een reactie geven. Van verbijstering lukt dat niet.

Het wringt in mij. Oordelen. Als mens doen we het de hele dag. Onbewust. Ik ook. Zodra er iemand binnenkomt, begint mijn brein te ratelen: ‘’Leuke broek’’, ‘’rare oorbellen’’ of ‘’wat een hoop tattoos’’. In de supermarkt kijk ik naar mandjes vol bewerkte zooi en daar vind ik iets van. In een meeting vind ik de inbreng van mijn collega nogal wazig, het idee van de ander meteen niks en het proces loopt veel te traag.

Tegenwoordig ben ik me ervan bewust. Dat oordelen. Het komt door mijn opleiding tot yogadocent. Ik verlangde naar een betere techniek in mijn houdingen, naar het leren van zakken in mijn lichaam en naar meer lenigheid. Ik ben namelijk zo stijf als een hark.

Wat ik kreeg? Een jaar lang trainen in oordeelloosheid. Het beoefenen van  brein-lenigheid in plaats van spier-lenigheid. Waarnemen wat er gebeurt, zonder mijn oordeel meteen klaar te hebben. Beginnen bij mezelf en observeren wat ik voel en ervaar. En als ik straks van de mat afstap, deze oordeelloosheid meenemen de in buitenwereld. Want dáár begint de yogales pas echt.

Sinds mijn opleiding train ik dit dagelijks. Op de mat, in de praktijk, in het dagelijks leven. Het voelt bevrijdend en ik sta meer open voor het verhaal van een ander. Vaak zitten er hele andere gedachten achter een keuze dan ik zelf had bedacht. Ik denk dat men dit verstaat onder open-minded. Mijn geest staat letterlijk meer open.

En als ik merk dat ik iets of iemand toch veroordeel, stel ik mezelf een vraag. Is mijn oordeel gebaseerd op iets werkelijks? Of word ik meegezogen in mijn eigen onzekerheden, frustraties of jaloezieën?

Aan de picknicktafel breek ik alsnog in. En stel ik de vraag wat hen raakt in de keus van een ander. Daar zit het mooie gesprek. Daar zit wat mij voedt.