Koningin Máxima gaat in gesprek met Vereniging Arts en Voeding

RVD, nr. 27

Hare Majesteit Koningin Máxima brengt dinsdagmiddag 7 maart een werkbezoek aan Koppert Cress in Westland. Koppert Cress is winnaar van de Koning Willem I Plaquette voor Duurzaam Ondernemerschap 2016. Deze prijs beloont duurzame innovaties van kleine of grote organisaties. Koningin Máxima is erevoorzitter van de Koning Willem I Stichting.

Koppert Cress is een tuinbouwbedrijf dat gespecialiseerd is in diverse eetbare planten en bloemen die door nationale en internationale chefkoks, restaurants en hotels worden gebruikt. Volgens de jury brengt het bedrijf goede voeding, gezondheidszorg, educatie en energieneutraal ondernemen samen. Koppert Cress werkt vanuit de overtuiging dat voeding de basis is van gezondheid. Daarom werkt het bedrijf mee aan medisch onderzoek dat de gezondheidswaarde van groenten voor het menselijk lichaam aantoonbaar maakt. De kennis die Koppert Cress opdoet verspreidt het bedrijf binnen en buiten de eigen sector. Het bedrijf maakt zich ook sterk voor duurzaam energiegebruik. De kas is voorzien van zonnecollectoren en een ondergrondse warmteopslag en voor de productie wordt gebruikgemaakt van LED-belichting.

Tijdens haar bezoek woont Koningin Máxima één van de smaaklessen bij die Koppert Cress wekelijks geeft aan leerlingen van basisscholen. Daarna krijgt zij een rondleiding in het bedrijf waar zij in de proeftuin een toelichting krijgt op verschillende eetbare bloemen en planten. In het bedrijfsrestaurant spreekt zij onder andere met Tamara de Weijer, voorzitter van Vereniging Arts & Voeding, over het belang van gezonde voeding op de werkvloer.

De Koning Willem I Stichting is in 1958 op initiatief van De Nederlandsche Bank in het leven geroepen door een aantal aan het bedrijfsleven verbonden organisaties. Doel van de stichting is de nationale economie nieuwe impulsen te geven en daarmee het aanzien van het Nederlandse bedrijfsleven te vergroten. De stichting wordt gesteund door het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Bron: Vereniging Arts en Voeding